InnoSportNL nieuws

<< Vorig artikel   |   Volgend artikel >>

Luc van Agt, de nieuwe manager van het InnoSportLab Papendal


3 juni 2012

Luc van Agt, de nieuwe manager van het InnoSportLab Papendal

 

Luc van Agt start op 1 juni als manager van het nieuwe, zesde InnoSportLab in Papendal. Hij verdiende zijn sporen als coach in de atletiek in de jaren tachtig en negentig en daarna jarenlang als inspanningsfysioloog in het voetbal bij PSV in Eindhoven en van 2005 tot 2010 als fysieke trainer van het Nederlands elftal. ‘Ik wilde iets gaan doen dat zeer nauwe relaties heeft met topsport, maar waarin ik ook mijn horizon kan verbreden, waarin ik mijn opgebouwde kennis en ervaring kan inzetten. Daar biedt deze functie bij uitstek de kans voor: het InnoSportLab is een pure topsportomgeving die sporters faciliteert bij het verhogen van hun niveau in een heel breed werkveld.’

 

Wat trok je aan in deze functie van manager van een InnoSportLab?

‘Dat is een interessante vraag. In de voetbalwereld heb ik altijd met heel veel plezier mijn werk gedaan, maar op een gegeven moment bekroop me het gevoel dat ik nog iets anders ambieerde. Werken in en voor de topsport is altijd mijn ambitie geweest. Dat heb ik ook jarenlang gedaan, zowel in de atletiek als in het voetbal. Ik wilde iets gaan doen dat zeer nauwe relaties heeft met topsport, maar waarin ik ook mijn horizon kan verbreden, waarin ik mijn opgebouwde kennis en ervaring kan inzetten. Daar biedt deze functie bij uitstek de kans voor: het InnoSportLab is een pure topsportomgeving die sporters faciliteert bij het verhogen van hun niveau in een heel breed werkveld.’

 

FOTO_Luc van AgtWelke ambities en verwachtingen koester je?

‘Ik kan me helemaal vinden in de ambitie om als topsportend Nederland tot de top 10 van de wereld te blijven behoren. Als klein land is Nederland ‘gedoemd’ om het met een betrekkelijk klein aantal mensen te doen. Wil je tot de top behoren, dan zul je iets anders moeten doen dan een land met veel bewoners. Zo’n land kan namelijk doorselecteren, terwijl wij heel zuinig moeten zijn op onze beste sporters. Dat kun je alleen maar door heel slim te zijn: dat is ten eerste heel slim trainen, maar ook gebruikmaken van slimme technieken en creatieve oplossingen bedenken. Het is mijn ambitie om met slimmigheid in training, begeleiding en technische snufjes het rendement van onze aanpak van topsporters te verhogen, zodat we in die top 10 kunnen komen en blijven.’

 

Wat is daarbij de rol van inspanningsfysiologie en prestatiemonitoring?

‘Dat zijn heel brede kernthema’s van waaruit we specifieke thema’s zullen definiëren, vooral afhankelijk van de behoefte die uit de sport zelf komt. Want dat is het uitgangspunt: een InnoSportLab is een ondersteunend middel om prestaties te verbeteren. Als ondersteunende instantie moet je dus uitgaan van wat de sporters willen. Vaak wordt dat vertaald door de coach en de technisch directeur. Wat vinden zij belangrijk om slim en effectief te kunnen trainen? Er zijn een heleboel atleten die op Papendal wonen en werken. Dat maakt het mogelijk om sporters beter te meten en hun coaches beter te voorzien van informatie over hoe de gesteldheid is van die sporter op dat moment, zodat je de belasting door de training beter kunt afstemmen op hun dagelijkse belastbaarheid. Slim trainen om effectiever te trainen. Dat vraagt nog een heleboel werk, maar daarbij komen de fysiologie en de monitoring om de hoek kijken.’

 

Het InnoSportLab Papendal richt zich ook nadrukkelijk op voeding?

Dat is een heel belangrijk thema, zoals ook blijkt uit de benoeming van de nieuwe programmamanager Voeding Jeroen Wouters. Hij zal dat project aansturen, dus we zullen nauw samenwerken. Dat kernthema ligt voor Papendal voor de hand, omdat het lab ligt in een omgeving waar veel innovatie en onderzoek op het gebied van voeding plaatsvindt door kennisinstellingen en bedrijven. Dat kan uitmonden in een onderzoeks- en begeleidingstraject via het nieuwe topsportrestaurant, waarvoor al redelijk vergevorderde plannen bestaan. Er bestaat op dat vlak ook al samenwerking met het bedrijfsleven.

Enkele bedrijven die zich richten op voedinginnovatie zijn betrokken bij het project. We hopen dat we op termijn een interessante partij worden voor bedrijven die producten ontwikkelen en die willen testen op topsporters. De sportwereld is voor hen vaak moeilijk te bereiken en voor ons zal dat veel makkelijker zijn. We moeten bij wijze van spreken de ‘spin in het web’ worden, zodat bedrijven zich vanzelfsprekend tot ons wenden om te kijken of een ontwikkeling bijvoorbeeld geschikt is voor de breedtesport of de gezondheidszorg. Als je dat bij topsporters test, krijg je vaak meer informatie.’

 

Hoe zie je die ‘kruisbestuiving’ op de lange termijn evolueren?

‘Op de lange termijn hopen we te bereiken dat we niet meer zijn weg te denken uit die omgeving daar, dat we the place to be worden om wetenschappelijke ondersteuning te vinden in de sport, om sporters te kunnen meten, om coaches van informatie te voorzien, om bedrijven te helpen onderzoeken voor welke sport of welke doeleinden hun producten geschikt zijn. Er zijn al voorbeelden van succesvolle projecten, zoals in het InnoSportLab in Eindhoven, waar een samenwerking is met fabrikanten van zwemkleding of waar buitenlandse zwemmers zich komen laten meten omdat de faciliteiten zo goed zijn. Zelf heb ik het aan de lijve ondervonden in het beginstadium, zo’n tien jaar geleden, toen we met PSV zijn afgestapt op TNO om spelers beter te kunnen volgen op het veld. Dat project heeft geresulteerd in het bedrijf Inmotio, dat deze ‘super-gps-systemen’ nu overal ter wereld verkoopt. Dat is een schoolvoorbeeld van hoe vanuit de sportpraktijk, in samenspraak met een kennisinstelling, een nieuw bedrijf is ontstaan.’

 

Wat neem je uit je verleden naar het InnoSportLab?

‘Ook toen ik coach was, werd ik altijd geconfronteerd met het feit dat je betrekkelijk weinig atleten hebt. Sporters moeten dus in een beperkte tijd veel doen. Toen hebben we gezegd: het is niet de kunst om veel te trainen, maar om slim te trainen. Je moet kijken hoe je daar een balans in kunt vinden, want je wordt geconfronteerd met atleten die ook nog moeten studeren of werken. In sommige andere landen hoefde dat niet. Dan moet je dus iets anders bedenken om ze toch goed te laten worden, bijvoorbeeld slim omgaan met je tijd, andere trainers regelen of de trainers naar de sporters halen, sterke tegenstand in je team halen om elkaar te stimuleren. Dat ging toen nog niet zozeer over technische snufjes, maar over hoe het anders kan. We hebben het talent en we moeten er ontzettend zuinig op zijn. Hoe kunnen we het rendement verhogen? Dan moet iedere training raak zijn. Hoe kan dat? Als je meer weet over die sporter. Zo waren we aan het puzzelen. Dat is een leuke zoektocht en die wordt hier in dit InnoSportLab heel mooi voortgezet.’

 

Welke betekenis kan InnoSportNL hebben voor de Nederlandse topsportambitie?

‘Eigenlijk weten we nog veel te weinig van sporters om de training optimaal te maken. Daarvoor moet je nieuwe technologie gebruiken. We kunnen niet wachten op grootschalig, breed uitgemeten wetenschappelijk onderzoek, hoe nuttig dat ook is, want dat loopt meestal achter op de praktijk. Je moet aan de voorkant trachten om gebruik te maken van vernuftige technologie en kennis. De InnoSportLabs zijn bij uitstek een gelegenheid om dat soort zaken te bundelen en te laten landen. Ze staan heel dicht bij de sportpraktijk en waardoor ze de sportwereld heel goed kunnen bereiken. Dat is ook iets van de laatste jaren: sporters gaan niet meer naar de labs, maar de labs gaan naar de sporters.’

Meer weten over zakelijke kansen bij InnoSportNL?

Stuur een mail naar info@innosport.nl of bel met 026 483 45 98.

deel dit:

Partners:

TUDVU - FBWRUGDSM